UI betekenis & definitie

UI - m. (-en), eene soort van sterk riekend bolgewas, look, zoowel de bol als de plant (allium cepa); eene rist uien, eene rij aangeregen uien; uien stoven, eten; — (spr.) hij heeft van middag uien gegeten, gezegd van iem. die veel winden laat; — ik ben zoo vol als een ui, ik lust totaal niets meer; — het was er zoo vol als een ui, het was er propvol; — zij is zoo gek als een ui, zij is erg gek (op jongens, mannen); — (gew.) bloembol; — wilde ui, volksnaam van het kraai- of wijngaardlook; — grap, kwinkslag; uien vertellen, tappen; een gewilde ui, dien men gaarne hoort; een schuine, gemeene ui, die dubbelzinnig, gemeen is. UITJE, o. (-s), kleine ui.

Laatst bijgewerkt 06-12-2018