Plant betekenis & definitie

Plant v. (-en), gewas, levend wezen dat zich kan voeden en voortplanten, doch gevoel en willekeurige beweging mist: planten opkweeken; uitheemsche, inlandsche planten; — gezellige planten, die alleen in elkanders nabijheid kunnen tieren; — kasplanten, planten in broeikassen gekweekt, in tegenstelling met planten van den konden grond; — gewas waarvan de stengel niet houtachtig is: planten verzamelen, drogen en opplakken; — jong gewas inz. wanneer het verzot wordt, doch dan meest in samenstellingen als: sla-, kool-, andijvieplanten enz. PLANTJE, o. (-s).

Laatst bijgewerkt 22-11-2018