Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 02-12-2018

Trapezium

betekenis & definitie

Trapezium - o. (-s, ...zia), (meetk.) een vierhoek waarvan twee zijden evenwijdig loopen : de beenen van een trapezium, de niet evenwijdige overstaande zijden ; men onderscheidt gelijkbeenige, ongelijkbeeninige en rechthoekige trapeziums, al naar de hoeken aan de beenen gelijk, ongelijk of recht zijn ;

— hangrek, toestel bij de gymnastische oefeningen.