Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-12-2018

ZIJDEN

betekenis & definitie

ZIJDEN, bn. van zijde vervaardigd: zijden stoffen; zijden kousen;

— ten deele van zije gemaakt: een zijden hoed;
— op zijde gelijkende, zacht en glanzend : zij heeft zijden haar, zijden lokken.