Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-12-2018

VIERHOEK

betekenis & definitie

VIERHOEK - m. (-en), (meetk.) eene vlakke figuur door vier rechte lijnen ingesloten, waarvan de verlengden buiten het begrensde deel vallen en waarbij maar vier snijpunten gevormd worden; men onderscheidt; regelmatige, onregelmatige vierhoek; rechthoekige vierhoek, met vier rechte hoeken; scheefhoekige vierhoek; gelijkzijdige vierhoeken; ongelijkzijdige vierhoek, trapezium. VIERHOEKJE, o. (-s).