Tegenhouden betekenis & definitie

Tegenhouden - (hield tegen, heeft tegengehouden), beletten voort te gaan, vooruit te komen, ophouden : den loop van het water, een hollend paard tegenhouden; — iem. tegenhouden, beletten voort te gaan, (ook) hem beletten, verhinderen, iets te doen; hij liet zich door niets tegenhouden; — zich verzetten tegen: een huwelijk tegenhouden, door wettige bezwaren in te brengen enz.; wie kan die plannen tegenhoudend, — duren, voldoende zijn : dat laken houdt lang tegen, is niet gauw versleten; — rijst houdt niet tegen, is spoedig verteerd. TEGENHOUDING, v. het tegenhouden; beletsel.