Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 02-12-2018

2018-12-02

Tegenhouden

betekenis & definitie

Tegenhouden - (hield tegen, heeft tegengehouden), beletten voort te gaan, vooruit te komen, ophouden : den loop van het water, een hollend paard tegenhouden;

— iem. tegenhouden, beletten voort te gaan, (ook) hem beletten, verhinderen, iets te doen; hij liet zich door niets tegenhouden;
— zich verzetten tegen: een huwelijk tegenhouden, door wettige bezwaren in te brengen enz.; wie kan die plannen tegenhoudend,
— duren, voldoende zijn : dat laken houdt lang tegen, is niet gauw versleten;
— rijst houdt niet tegen, is spoedig verteerd. TEGENHOUDING, v. het tegenhouden; beletsel.