Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 24-02-2020

Puik

betekenis & definitie

Het begrip puik heeft 2 verschillende betekenissen:

1. puik - puik - Puik bn. bw. (-er, -st), best, opperbest, keurig: puike haring; puike aardappelen; puike waar; hij heeft puik opgepast.

2. puik - puik - Puik o. het beste, de bloem : het puik of puikje der jongelingen; het is het puikje van de zalm, het beste van het beste.