Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 22-11-2018

Overhalen

betekenis & definitie

Overhalen (haalde over, heeft overgehaald), naar de andere zijde halen: iem. overhalen, (aan een veer), hem van de eene zijde der rivier naar de andere halen; den haan van een geweer overhalen, hem spannen; (zeew.) de zeilen overhalen, wenden zoodat de wind nu tegen de andere zijde ervan blaast; de balans overhalen, doen overslaan; (bilj.) een bal overhalen;

— (scheik.) distilleeren: eene vloeistof in een vat verdampen, deze damp in een ander vat leiden, daar afkoelen en tot vloeistof condenseeren om zoodoende eene vloeistof van niet vluchtige deelen te zuiveren, óf om meer vluchtige van minder vluchtige vloeistoffen te scheiden, óf ook om vloeistoffen met geurstoffen te bedeelen; droog overhalen, sublimeeren;
— (zeew.) op zijde liggen, hellen: het schip haalt over;
— over iets heen halen; (breien) van twee pas gebreide steken de een over de andere halen en zoodoende minderen; de tent overhalen, spreiden;
— doen besluiten: iem. tot iets overhalen; hij laat zich licht overhalen, laat zich licht bewegen, bepraten tot het doen van iets.