Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 01-11-2018

Ontplooien

betekenis & definitie

(ontplooide, heeft ontplooid), van de plooien ontdoen, gladstrijken : mijn waarde gade, ontplooi dat norsch gelaat;

— (Zuidn.) iets, dat dichtgevouwen is, ontvouwen : zij legde den schoonen halsdoek ontplooid daarnevens;
— (dicht.) uitspreiden : met ontplooide vlerken; naast het pad ontplooiden de laatste bloemen des jaars hare kelken;
— ontrollen, laten wapperen ; het oranjevendel was ontplooid en wapperde voor de tent; een schip met ontplooide zeilen;
—ten toon stellen ; Java’s stranden ontplooiden u den schat der weelderige uchtend landen;
— (van een leger) zich over eene groote uitgestrektheid verdeelen, deployeeren; voordat het leger zich op de hooge vlakte der heide kon ontplooien;
— zich ontwikkelen : zelfstandig ontplooit zich tusschen de militaire en de godsdienstige, de burgerlijke bouwkunst. ONTPLOOIING, v. het ontplooien.