Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 13-09-2018

2018-09-13

Kluchtig

betekenis & definitie

KLUCHTIG, bn. bw. (-er, -st), aardig, prettig, koddig; bespottelijk; vreemd; zonderling: een kluchtig voorval; een kluchtige inval; hij keek mij zoo kluchtig (vreemd) aan. KLUCHTIGHEID, v. koddigheid, vreemdheid; zonderlingheid.