Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 22-11-2018

2018-11-22

Prettig

betekenis & definitie

Prettig - bn. bw. (-er, -st), aangenaam, pleizierig: een prettig voorval; iets prettig vinden; een prettig mensch, die steeds opgeruimd is, met wien het omgaan prettig is;

— een prettige dag, wanneer men veel pret heeft;
— een prettige brief, die aangenaam stemt. PRETTIGHEID, v.