Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Hemelaequator

betekenis & definitie

HEMELAEQUATOR, m. de dagcirkel dien de zon op 21 Maart en 22 Sept. (bij de nachtevening) beschrijft;

...AS, v. de lijn waarom het hemelgewelf met alle sterren schijnbaar rondwentelt;
...BESTORMER, m. (-s), (myth.) benaming voor de Titanen;
...BEWONER, m. (-s), hemelgod;
...BODE, m. (-n), bode uit den hemel, godsgezant;
...BOL, m. de geheele sterrenhemel;
—, (-len), hemellichaam;
...BOOG, m. hemelgewelf;
...BOOM, m. (-en), zekere uit Azië afkomstige boom (ailanthus glandulosa);
...BRUIDJE, o. (-s), (R. K.) meisje op den dag der eerste communie;
...BURGER, m. (-s), gezaligde;
...DAK, o. het uitspansel, firmament;
...DAUW, m. (dicht.) regen;
...DRAGONDER, m. (-s), schertsende benaming voor een dweepziek geestelijke.