Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 27-09-2018

2018-09-27

Nachtevening

betekenis & definitie

Nachtevening v. (-en), tijd, wanneer dag en nacht elk 12 uren lang en dus aan elkander gelijk zijn (tweemaal in het jaar: 21 Maart en 23 September);

...EVENINGSPUNT, o. (-en), punt, waarin de zonneweg den evenaar snijdt;
...FLOERS, o. (fig. en dicht.) duisterheid: het nachtfloers oversluierde ‘t aardrijk;
...GAST, m. en v. (-en), slaapgast;
...GEBAAR,
...GERAAS,
...GERUCHT, o. leven, getier, rumoer in den nacht;
...GEBED, o. (-en), gebed vóór dat men zich ter ruste begeeft;
...GEDACHTEN, v. mv. overpeinzingen gedurende den nacht;
...GEDROCHT, o. (-en),
...GEEST, m. (-en), akelige verschijning in den nacht;
...GEWAAD, o. (...waden), kleedingstukken, waarmede men ’s nachts in bed ligt; (ook) losse ochtendkleeding;
...GEZANG, o. (-en), gezang dat in den nacht wordt aangeheven;
...GEZICHT, o. (-en), verschijning in den nacht;
— schilderstuk, dat een nacht voorstelt;
...GEZWEL, o. (-len), nachtblaar.