Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Helpen

betekenis & definitie

HELPEN, (hielp, heeft geholpen), hulp verleenen, bijstaan tot hiertoe heeft ons de Heer geholpen; den Heer helpt in den nood; zoo waarlijk helpe mij God Almachtig (in het eedsformulier): broeders moeten elkander helpen; hij werd door zijne vrienden geholpen; help u zelven, zoo helpt u God; hij is niet te helpen, alle hulp is vruchteloos, er is geen redding mogelijk; help help l, noodkreet van een drenkeling om hulp; ik kom u helpen; ik zal hem wel een handje helpen, hem een deel van het werk uit de hand nemen; iem. aan zijne jas helpen, behulpzaam zijn bij het aantrekken ervan; iem. helpen bij zijn werk; mijn broer heeft mij aan mijne sommen geholpen, mij geholpen bij het oplossen ervan; help mij even op (den) weg, op dreef, geef mij de noodige aanwijzingen, hoe ik de zaak moet aanvatten; kunt ge mij met 100 gulden helpen, mij die leenen; (zeew.) een schip helpen, de werking van het roer door die der zeilen ondersteunen; een kind helpen, het verschoonen, verdrogen, aankleeden, de borst geven, enz.;

— (in een winkel) bedienen wordt u reeds geholpen ?; kunt ge mij wat gauw helpen ? ik heb weinig tijd;
— ik zal je wel helpen, wel vinden, wel straffen;
— geen dokter kan hem helpen, hem genezen;
— (Z. A.) er is geen helpen meer aan, geene verandering meer mogelijk; men moet zich weten te helpen, zich weten te redden; iets niet kunnen helpen, het niet kunnen verbeteren, er geene schuld aan hebben;
— het spijt me dat het stuk is, maar ik kon het gerust niet helpen;
— iem. iets helpen dragen, hem bij het dragen behulpzaam zijn;
— ik zal het u helpen onthouden;
— ik help het je wenschen, ik wensch het ook, vind het ook wenschelijk;
— help maar kijken, let maar mede op, gij zult het zien; hij wordt weer beter help maar kijken;
— ik zal hem er wel door helpen, door mijne hulp maken dat hij er door komt;
— iem. over de grenzen helpen, hem behulpzaam zijn om over de grenzen te komen;
— iem. uit den brand (of uit den nood) helpen, hem uit de moeilijkheid redden;
— hij heeft mij van den wal in de sloot geholpen, in nog grooter moeilijkheid gebracht dan waarin ik was;
— hij helpt de menschen er vaak genoeg in (nl. in nood), maar nooit uit;
— iem. op het stroo helpen, tot armoede brengen;
— iem. in de war helpen, hem in de war brengen;
— iem. van kant (of naar de andere wereld,) helpen, hem het leven benemen;
— de jongens van de stoep helpen, van daar wegjagen;
— zijne waren aan den man helpen, er een kooper voor vinden;
— een meisje aan den man helpen, haar een man weten te bezorgen;
— iem. aan iets helpen, hem iets bezorgen, het hem verschaffen ik heb hem aan werk (aan eene betrekking) geholpen; iem. door de wereld helpen, hem behulpzaam zijn om aan den kost te komen; ik zal u wel aan dat boek helpen; ik kan er u niet aan helpen, ik kan u het gevraagde niet verschaffen;
— er iem, op helpen. iem. iets in het geheugen brengen, zijn geheugen te hulp kooien
— (Zuidn.) herstellen, repareeren de smid zal het slot komen helpen;
— baten: het drankje heeft geholpen, den zieke gebaat; phenacetine helpt tegen hoofdpijn; (zegsw.) alle beetjes helpen, zei de mug, en pieste in de zee; al zijn schreeuwen hielp hem niet;
— daar helpt geen lievemoederen aan, het geeft niet of ge er u, tegen verzet, het moet gebeuren;
— het helpt niet, ge moet mee, er is niets aan te doen ge zult medegaan;
— wat helpt het ? of je hem al beklaagt, het geeft niets; het helpt geen zier; dat zou hem niet veel helpen.