Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 24-02-2020

Ons

betekenis & definitie

Het begrip ons heeft 3 verschillende betekenissen:

1. ons - o. (-en), (veroud.) het twaalfde deel van een pond, vgl. once; hectogram,
— 0,1 KG. ONSJE. o. (-s). '

2. ons - pers. vnw. 1e pers. mv., 3e en 1e nv.: gij hebt ons niet gezien; zij gaven ons de schuld.

3. ons - bez. vnw. 1e pers. mv. ons boek; ons huis; onze broeder; het Onze Vader, het zogenaamde volmaakte gebed, door Jezus aan zijn jongeren gegeven, dat met de woorden: Onze Vader begint;
— (R.-K.) Vader-ons, het Onze Vader;
— Onze Lieve Heer, God;
— Onze Lieve Vrouw, de H. Maagd;
— het onze doen, wat wij kunnen of moeten; onze tijd, onze eeuw, onze dagen, waarin wij leven; onze grootste redenaar, van ons land;
— de onzen, onze vrienden, onze landgenoten, ons gezin, lieden die tot onze partij behoren; zie ONZENT.