Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Heiboender

betekenis & definitie

HEIBOENDER, m. (-s), boender, schrobber van heide;

...BOER, m. (-en), boer die op de heide woont, daar zijn bedrijf uitoefent; (ook) domkop;
...BRAND, m brand op de heide, in het heigewas; heirook;
...BREM, v. zekere plant, stekende brem;
...DAMP, m. heirook.