Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Haveraar

betekenis & definitie

HAVERAAR, v. (...aren), eene aar van de haver;

...AKKER, m. (-s), waarop haver wordt verbouwd;
...ANGEL, m. (-s), kafnaald van de haverkorrels;
...BEZIE, v. (-s, ...beziën), eene soort van vroegrijpe pruim;
...BIER, o. bier uit haver gebrouwen;
...BLOEM, v. bloem van havermeel;
...BREKER, m. (-s), een werktuig, dat de haverkorrels breekt door middel van stalen rollen met scherpe kanten en groeven;
...BRIJ, v. een gerecht uit haver gekookt;
...BROOD, o. (-en), brood van haver gebakken.