Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Hartelijk

betekenis & definitie

HARTELIJK, bn. bw. (-er, -st), uit het hart komende, innig, welgemeend: mijn hartelijke dank;

— blijk gevende van belangstelling in iemands wel en wee: hartelijke vriendschap; een hartelijk woord; eene hartelijke toespraak; een hartelijke brief;
— innig, vriendelijk, warm eene hartelijke ontvangst; de hartelijke groeten van allen;
— toonende hart voor anderen te hebben, gevoelvol: een hartelijk mensch;
— bw. van harte ik wensch u hartelijk geluk; ik hoop hartelijk dat gij slagen zult;
— met hart en ziel, innig: iem. hartelijk liefhebben;
— oprecht, gul: hartelijk lachen;
— (iron.) ik dank er hartelijk voor, ik bedank er voor, ik wil het volstrekt niet doen. HARTELIJKHEID, v.