Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-12-2018

VRIENDSCHAP

betekenis & definitie

VRIENDSCHAP - v. hoedanigheid van, (ook) gevoel van een vriend, genegenheid; vriendschap sluiten; uit vriendschap iets doen; de vriendschap opzeggen, ophouden vrienden te zijn ;

—, (-pen), dienstbetoon: de eene vriendschap is de andere waard; iem. veel vriendschap bewijzen;
— woord waarmede men iem. aanspreekt, dien men niet kent; zeg eens, vriendschap, kunt gij mij ook zeggen waarde apotheker P. woont; (gemeenz.) (w. g.) iem. dien men niet kent: wie is die vriendschap ?