Wat is de betekenis van Hartelijk?

2019
2022-08-19
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

hartelijk

hartelijk - Bijvoeglijk naamwoord 1. (van personen) aardig, gastvrij en spontaan Wat een hartelijke man bent u toch! 2. (van uitingen) eerlijk, oprecht Ik wil daarvoor mijn hartelijke dank tonen. Woordherkomst Afleiding van hart met het...

Lees verder
2018
2022-08-19
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

hartelijk

hartelijk - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: har-te-lijk 1. vriendelijk, spontaan, gastvrij ♢ hij is erg hartelijk als je op bezoek komt 1. hartelijk gefeliciteerd [gelukwens bij een verjaardag]...

Lees verder
1973
2022-08-19
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

hartelijk

bn. enbw. (-er, -st), I. bn., 1. uit het hart komend, innig, diep, warm, welgemeend: mijn hartelijke dank; — dank voor uw brief; hartelijke genegenheid; een — woord; vol warme, oprechte betuigingen en gevoelens: een hartelijke toespraak; een hartelijke brief; innig, vriendelijk, warm: een hartelijke ontvangst; de hartelijke groeten van...

Lees verder
1952
2022-08-19
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Hartelijk

adj. & adv., hert(e)lik; ik zal je danken, ik tankje dy feestlik.

1950
2022-08-19
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Hartelijk

bn. bw. (-er, -st), I. bn., 1. uit het hart komende, innig, diep, warm, welgemeend : mijn hartelijke dank; hartelijke genegenheid; een hartelijk woord; — vol warme, oprechte betuigingen en gevoelens: een hartelijke toespraak; een hartelijke brief; — innig, vriendelijk, warm : een hartelijke ontvangst; de harteli...

Lees verder
1937
2022-08-19
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

hartelijk

I. bn. 1. blijk dragende te komen uit het hart: innig, diep; waar; ongeveinsd: dat is hartelijk van je; de hartelijkste deelneming: de hartelijke groeten van ons allen; een hartelijke lach, gul; 2. sterk gezouten of gekruid; Z.-N. ook: smakelijk, pittig, voedzaam; zie hartig: de soep is hartelijk vandaag; 3. vol van warme oprechtheid, goedwillighei...

Lees verder
1926
2022-08-19
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Hartelijk

D. w. z. opgeruimd, met het gansche hart, dus onverdeeld iets doen, bijv. liefhebben. Dat past den geloovigen tegenover God, Die zijn groote barmhartigheid aan hen bewezen heeft. Ik zal u hartelijk liefhebben, Heere, mijn sterkte (Ps. 18 : 2). Dat past den geloovigen onderling, omdat zij allen kinderen zijn van één God en Vader. Hebt...

Lees verder
1898
2022-08-19
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Hartelijk

HARTELIJK, bn. bw. (-er, -st), uit het hart komende, innig, welgemeend: mijn hartelijke dank; — blijk gevende van belangstelling in iemands wel en wee: hartelijke vriendschap; een hartelijk woord; eene hartelijke toespraak; een hartelijke brief; — innig, vriendelijk, warm eene hartelijke ontvangst; de hartelijke groeten van allen; &md...

Lees verder