Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Haneschree

betekenis & definitie

HANESCHREE, v. kleine afstand als de schrede van een haan; kleine tijdruimte met Nieuwjaar zijn de dagen eene haneschree gelengd;

...SPAT, v. (-ten), zeker gebrek aan den achterpoot van een paard, waardoor het dier den voet krampachtig en hoog oplicht, ook hanetred genoemd;
...SPOOR, v. (...sporen), het scherpe, doornige uitsteeksel achter aan den poot van een haan; (bij vergelijking) een volksnaam voor het moederkoorn;
...STEEN, m. (-en), eene steenachtige zelfstandigheid in de maag der hoenders;
...TRED, m. (-en), tred of trede van een haan; (hij vergelijking) zeker gebrek van paarden, hanespat; (ook) de ronde geelwitte plek onder het dooiervlies in een ei, het kiemblaasje (cicatricula);
...TREE, v. (...treden), hanetred; (fig.) korte afstand;
— (molenb.) trapladder boven in een molen met een enkelen boom, waarin de treden aan beide zijden uitsteken;
...VEDER, v. (-en),
...VEER, v, (-en), eene veer van een haan, inz. eene staartveer;
— (fig.) een twistziek persoon (eig. een van de leden der ruiterbende die als symbool hunner dapperheid eene haneveer op den hoed droegen);
...VOET, m. (-en), voet van een haan; (bij vergelijking) als naam van zekere planten, hanepooten of ranonkels; bosch-hanevoet, bosch-anemoon.