Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Handbreed

betekenis & definitie

HANDBREED, o. de breedte eener hand; (fig.) een geringe afstand hij wijkt geen handbreed terug. HANDBREEDTE, v. (n), handbreed.