Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Handbad

betekenis & definitie

HANDBAD, o (-en), bad der handen en polsen als zenuwstilling; kuipje om de handen in te baden;

...BAGAGE, v. lichte bagage die men in de hand meeneemt;
...BAL, m. kleine bal dien men met de hand wegslaat;
...BALLEN, ww. (sport)
...BEEN, o. (-deren), een der beenderen of beentjes waaruit het geraamte van de hand bestaat;
...BEITEL, m. (-s);
...BEKKEN, o. (-s), om de handen in te wasschen;
...BEL, v. (-len), klok met steel die door de hand bewogen wordt;
...BERRIE, v. (-s, ...riën), die met de hand kan gedragen worden;
...BEWEGING, v. (-en), beweging, gebaar van of met de hand; beweging door middel van de hand;
...BIEDING, v. (recht.) hulp der gerechtsdienaars;
...BIES, v. (...biezen), handboord;
...BIJBEL, m. (-s); kleine bijbel;
...BIJL, v. (-en),, kleine bijl;
...BLUSCHAPPARAAT, o. (...raten);
...BOEI, v. (-en), waarmede de handen geboeid worden (in tegenst. met voetboei);
...BOEK, o. (-en), handig boek waaruit men de gronden van eenige wetenschap of kunst kan leeren; beknopt leerboek dat tot dagelijksche raadpleging geschikt is;
...BOOG, m. (...bogen), die met de hand gespannen wordt;
...BOOGSCHUTTER, m. (-s), die met den handboog schiet;
...BOOM, m. (-en), boom of spaak waarmede men de spil van windassen of kaapstanders omdraait;
— (Zuidn.) hefboom;
— (ook) de boom aan de beide uiteinden der balans van eene brandspuit, waaraan de manschappen pompen, pompstok; (ook) schippersboom, vaarboom;
...BOOR, v. (...boren), kleine boor;
...BOORD, o. (-en);
...BOORDJE, o. (-s), (naaist.) rand aan het uiteinde der mouwen van een kleedingstuk (boezeroen, overhemd enz.);
...BORSTEL, m. (-s). (Zuidn.) stoffer, stofvarken;
...BRAAK. v. (...braken), vlas-, hennepbraak die met de hand bewogen wordt;
...BRANDSPUIT, v. (-en).