Ha betekenis & definitie

HA, tw. uitroep om verschillende gemoedsaandoeningen te kennen te geven, b. v. ha, ha (om het lachen uit te drukken); ha daar is hij (uiting van vreugde of blijdschap); ha hoe stuiptrekt die vervloekte schelm in zijn bloed (uiting van wreeden lust); ha ik heb het gevonden (uiting van blijdschap).

Laatst bijgewerkt 12-09-2018