Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Grollen

betekenis & definitie

GROLLEN, (Zuidn.) (grolde, heeft gegrold)., een dof, brommend of knorrend geluid maken een grollend zwijn; wat grolt (krolt) die kat;

— grollen in den slaap, snorken; (ook) morren, pruttelen: hij zit heele dagen te grollen;
— (ook) rommelen (van den donder), rollen (van de zee), enz. de donder grolt; de wind grolt in de schouw; het grollen van de zee.