Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-09-2018

2018-09-06

Grasgroen

betekenis & definitie

GRASGROEN, bn. zoo groen als gras: eene grasgroene japon; (fig.) zeer groen, jong en onervaren, nieuwbakken: een grasgroen luitenantje.