Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 01-11-2018

2018-11-01

Onervaren

betekenis & definitie

Onervaren bn. bw. (-er, -st), geen ondervinding hebbende : een onervaren reiziger; een onervaren generaal; inz. in betrekking tot levenswijsheid : een jong en onervaren meisje; gij zijt goed en nog wat onervaren. ONERVARENHEID, v.