Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 13-09-2018

Japon

betekenis & definitie

JAPON, v. (-s, -nen), vrouwenkleed; huisjapon, japon die de vrouw ’s morgens of 3s avonds in huis draagt. JAPONNETJE, o. (-s).