Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-09-2018

Gekken

betekenis & definitie

GEKKEN, (gekte, heeft gegekt), gekheid maken, schertsen, boerten, jokken hij gekt, hij schertst, hij meent het niet in ernst;

alle gekken op een stokje alle scherts ter zijde laat ons de zaak in ernst behandelen!;
— met iem. gekken, gekheid met hem maken, met hem schertsen, of wel, hem voor den gek houden;
— met iets gekken, de zaak niet ernstig opnemen, er mede spotten;
— daar is geen gekken mede, dat is eene ernstige of gewichtige zaak, die niet lichtvaardig behandeld moet worden.