Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 02-09-2018

Gedaante

betekenis & definitie

GEDAANTE, v. (-n), (van menschen of dieren), het uiterlijk, zooals dit zich openbaart in gelaat, gestalte, houding, figuur enz.;

eens anders gedaante aannemen, eens anders uiterlijk voorkomen aannemen, zich in diens uiterlijk vertoonen;
— in {onder) eens anders gedaante, onder eens anders uiterlijk een mensch in de gedaante van een weerwolf;
— in zijne eigen gedaante, in de gedaante die iem. van nature eigen is;
— van gedaante veranderen, een ander uiterlijk aannemen of krijgen;
— (w. g.) zij was schoon, zeer leelijk van gedaante, zag er schoon, zeer leelijk uit;
— de uiterlijke vorm, zooals die zich in zijne omtrekken vertoont: in zijne natuurlijke gedaante, in zijne natuurlijke gestalte of vorm, levensgroot;
— de uiterlijke vorm, waarin een dier, inz. een insect, zich gedurende een bepaald tijdperk zijner ontwikkeling vertoont: de eerste gedaante der meeste insecten is de larve;
— de vorm, waarin iets zich uiterlijk vertoont: de gedaante van een huis, eene kerk, een bijenkorf; de gedaante van den schedel, het dijbeen;
— het uiterlijk dat aan iets van den beginne af aan of vroeger eigen was: zijne vorige gedaante herkrijgen; aan iets zijne vorige gedaante teruggeven;
— eene andere gedaante aannemen, van voorkomen veranderen;
— (w. g.) de gedaante der woorden, de wijze waarop zij worden voorgesteld of gespeld;
— een plein in de gedaante van een rechthoek, met zulk een vorm; aan een park eene halvemaanvormige gedaante geven;
— (w. g.) de spraakkunstige gedaanten eener taal, de spraakkunstige vormen er van;
— (w. g.) de gedaante der volken, hun maatschappelijke toestand;
— de zaken zijn van gedaante veranderd, de zaken doen zich anders voor;
— de zaken buiten hare ware gedaante plaatsen. ze in een valsch licht stellen;
— (bijb.) uiterlijk voorkomen, dat iem. aanneemt ter bedekking van zijne innerlijke gezindheid, valsche schijn, masker met eene gedaante van vriendschap vermomd;
— onder de gedaante van iets, onder den schijn van iets;
— (bijb.) eene verschijning, die het uiterlijk voorkomen heeft van de zaak, die in de bepaling is uitgedrukt: in den avond was over den tabernakel als eene gedaante des vuurs;
— het uiterlijk voorkomen van een persoon eene schoone, eene reusachtige gedaante;
— nevelachtige, onduidelijke menschengestalte: ik heb daar eene gedaante door het bosch zien sluipen;
— eene verschijning of een beeld in menschelijken vorm: eene spookachtige gedaante, een spook of geest;
— voorkomen, vorm (van zaken): de gedaanten der heuvels waren scherp van omtrek.