Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 02-09-2018

Gebaard

betekenis & definitie

GEBAARD, bn. (van personen) van een baard voorzien, een baard hebbende;

— (spr.) eene vrouw gebaard, is van kwaden aard;
— (plantk.) van een bosje of eene rij haren voorzien.