GARFLAND, o. (-en), (verouderend) (in den landbouw) land dat op de garf wordt verpacht, in tegenstelling met het hofland, dat tegen eene geringe geldpacht aan een garfboer ten gebruike wordt gegeven, om er tuinvruchten of veevoeder te telen.
Studenten en medewerkers van onderwijsinstellingen hebben gratis toegang.
Ensie voor jouw (onderwijs)instelling? Bekijk de mogelijkheden.