Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 02-09-2018

Deelen

betekenis & definitie

DEELEN, (deelde, heeft gedeeld), in deelen splitsen de stof kan niet oneindig gedeeld worden;

elk zijn aandeel geven, nemen wij zullen eerlijk deelen; de winst, een boedel deelen;
— (rek.) uit een getal en een gegeven faktor den anderen faktor vinden het eene getal op of in het andere deelen;
— gij moet kiezen of deelen, eene beslissing nemen, eene keuze doen uit twee onaangename dingen;
— (fig.) deelnemen ik deel (in) uwe droefheid;
— een gevoelen deelen, eene meening deelen, van hetzelfde gevoelen, van dezelfde meening zijn, daarmede instemmen.