Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 24-02-2020

Buffel

betekenis & definitie

Het begrip buffel heeft 2 verschillende betekenissen:

1. buffel - BUFFEL, m. (-s), plomp gebouwd rund met krachtige pooten, breeden kop, zware, zwartachtige horens en lang, stug, bruin haar; de gewone buffel (bos bubalus) heet in Indië karbouw; de Kaapsche buffel (bos caffer) is zeer sterk en ruw;
— (fig.) onbeschofte kerel, vlegel, lomperd het is een buffel van een kerel; een onbeleefde buffel.

2. buffel - BUFFEL, o. buffelleer;
— grove wollen stof die op buffelvel lijkt;
— (gemeenz.) buis van buffel.