Begroeten betekenis & definitie

BEGROETEN, (begroette, heeft begroet), groetende ontvangen: de vorst werd met gejuich begroet; ook het voorstel werd, die woorden werden met applaus begroet, men betuigde er zijne volle instemming mee;

— (fig.) met kogels begroeten, beschieten;
— ik begroet hem als medestander, hij is mijn medestander geworden;
— iem. in zijne nieuwe woning komen begroeten, hem daar voor de eerste maal een bezoek brengen. BEGROETING, v. (-en).