Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 24-02-2020

Vorst

betekenis & definitie

Het begrip vorst heeft 3 verschillende betekenissen:

1. vorst - VORST - m. (-en), prins, regeerder, opperheer van een rijk: souvereine vorst; inz. beheerscher van een vorstendom : de vorst van Monaco;
— de vorst der duisternis, de duivel;
— (fig.) de eerste in eenig vak; de vorst der Nederlandsche schilders. VORSTJE, o. (-s).

2. vorst - VORST - v. (-en), bovenste dakpan; (ook) nok (van een huis): hij zat op de vorst van het dak.

3. vorst - VORST - v. koude, vriezend weder : wij krijgen vorst; bij vorst, wanneer het vriest. VORSTJE, o. (-s).