Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Gepubliceerd op 01-01-2021

Je

betekenis & definitie

I. pers. vnw., 2de pers. enk. en mv., m. en v., gebruikt bij vertrouwelijke omgang, bij het spreken tot minderen en tot kinderen: ga je weg?; je moet goed luisteren, hinderen; — als dativus ethicus: het is je wat te zeggen;

2.onbep. vnw., men (in de spreekt, het gewone woord daarvoor): je hebt van die mensen, die enz.; zo iets doe je niet, behoort men niet te doen; als je nu (enz.), wat moet je dan doen?
3.bez. vnw. 2de pers. enk., m. en v. : is dit je boek?

met nadruk om een uitmuntende kwaliteit aan te duiden: dat is jé tabak, de beste die je krijgen kunt;

4. ook onbep. bez. vn.: dat is je ware; van jewelste, zoveel als je blieft, duchtig.