Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Gepubliceerd op 01-01-2021

Achting

betekenis & definitie

v., gunstige mening die men omtrent iem. (ook wel een abstracte zaak) koestert en tevens het gevoel door dat gunstige oordeel verwekt en de daaruit voortvloeiende wijze van bejegenen; hoogachting, eerbied: voor iem. achting gevoelen, hebben, koesteren, krijgen, opvatten; — iem. achting betonen, bewijzen, toedragen; — de achting verbeuren, verliezen ; — achting voor zichzélf, gevoel van eigenwaarde; — iemands achting genieten, in achting staan of zijn, geacht worden; — als beleefdheidsformule aan het slot van brieven: met achting, met de meeste achting, met alle, met verschuldigde achting.

< >