Land betekenis & definitie

Land - (Jan Pieter Nicolaas), Nederl. wijsgeer, orientalist en muziekhistoricus (1834—97), studeerde te Leiden, promoveerde daar in de theologie, was eerst Alg. Secretaris van het Ned. Bijbelgenootschap, daarna hoogl. aan het Amsterdamsche Athenaeum in de filosofie en Oostersche talen, en werd in 1872 geroepen tot het hoogleeraarsambt in de wijsbegeerte te Leiden, dat hij tot een jaar voor zijn dood bekleedde. Hij nam in tal van voortreffelijk geschreven tijdschriftartikelen (meestal in den Gids) positie in den wijsgeerigen strijd zijner dagen (o. a. tegen het empirisme van Opzoomer, de leer van A, Pierson, enz.), schreef over logische problemen (o. a. in ’t Eng.

Tijdschrift Mind), in 1889 een uitnemende Inleiding in de Wijsbegeerte, bezorgde (samen met Van Vloten een Uitgave van Spinoza (1883) en zelfstandig een uitgave van Geulincx, in 3 dln. (1891—93), waarbij hij voegde een monografie Arnold Geulincx u. seine Philosophie (1895). Als orientalist en muziekhistoricus publiceerde hij Anecdota Syriaca (4 dln. 1862—75), artikels in de „Bouwsteenen uitgegeven door de Vereeniging v. Noord-Nederl. Muziekgesch.” over oude liedjes, toelichtingen van het (door hem ontdekte) Luytboek van Thysius, de muzikale Briefwisseling van Const. Huygens, Recherches sur l’histoire de la gamme arabe, een verhandeling over de gamelan te Jogjokarta (samen met Dr. Groneman), verschenen in de Verh. der Kon. Akademie, enz.

Gepubliceerd op 10-01-2019