Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Gepubliceerd op 13-12-2018

Dood

betekenis & definitie

Dood - (mors). Tijdens het leven hangen de verrichtingen van onze organen innig en onverbrekelijk samen; de hartswerking, de ademhaling, de voeding, kunnen wij ons niet dan nauw met elkaar verbonden denken. Zoodra de samenhang verbroken wordt, treedt de d. in. Dat is de algemeene d., dien men wel te onderscheiden heeft van den d. van de onderdeelen van het lichaam.

De natuurlijke d., d. w. z. de d. door ouderdomszwakte, marasmus senilis, komt slechts hoogst zelden voor; bijna steeds zal de d. in het verloop van eenig ziekteproces optreden. De ouderdoms-d. heeft volgens Ribbert haar aangrijpingspunt in de hersenen. Deze worden het eerste gestroffen door ouderdomsatrophie; zij sleept een geringere en langzaam dalende werking van het hart na zich, die de ademhaling, ook de verslapping der spieren, ten gevolge heeft en ten slotte het leven uitbluscht. Treedt de d. in het verloop van een ziekte in, dan zal in het algemeen door de stoornis in de spijsvertering het organisme reeds geleden hebben; de koorts zal het aantal roode bloedlichaampjes verminderd hebben, het verzwakte hart zal de geringere bloedmassa niet meer door het lichaam kunnen stuwen; dit veroorzaakt wederom slechtere voeding der spieren, ook van de ademhalingsspieren en het organisme komt in een toestand, die onvermijdelijk tot den d. voert. Toch zal ten slotte de onmiddellijke oorzaak tot den d. het ophouden van de verrichting van een der voor het leven gewichtige organen zijn. Van ouds noemt men deze de poorten des doods, atria mortis (zie ATRIUM). De twee meest onmiddellijke oorzaken zijn de stilstand van het hart, en het ophouden van de ademhaling. Daarnaast voegt zich verlamming van het verlengde merg (zie ZENUWSTELSEL), waarvanuit de voor het leven meest gewichtige organen hun zenuwen verkrijgen.

Aan deze onmiddelijke oorzaken kunnen meer verwijderde oorzaken, die met den aard van de ziekte in verband staan, voorafgaan. De d. kan langzaam of plotseling optreden. De langzame dood verloopt onder een aantal verschijnselen, die men doodsstrijd of agonie noemt. Soms zijn dit verschijnselen van prikkeling, pijn, kramp, die juist de gedachte aan strijd hebben doen ontstaan; soms ook bemerkt men van deze verschijnselen weinig of niets. In het stadium van den doodsstrijd sterven de verschillende organen in een bepaalde volgorde. De zintuigen, gezicht, gehoor, smaak, het gevoel verminderen en verdwijnen ten slotte. Het bewustzijn wordt langzaam minder, pijnen verdwijnen en de patiënten verkeeren in een zeker psychisch welbehagen, hoewel de onverschilligheid tegenover de omgeving daarbij kenmerkend is. Langzamerhand verhezen de spieren hun kracht, de lijder zakt in elkaar, het gezicht wordt slap en ingezonken, de neus spits, de onderkaak zakt naar beneden.

De ademhaling krijgt iets reutelends, omdat de zich ophoopende slijm niet meer verwijderd kan worden; de hartslag wordt minder sterk, de pols vaak sneller en eindelijk dooft het leven uit. De plotselinge dood is een gevolg van het in enkele oogenblikken ophouden der verrichting van de voor het leven gewichtige organen. Op den algemeenen dood volgt de dood van de onderdeelen van het lichaam. Ook hierbij heerscht weer eene bepaalde volgorde. Het eerst sterven de deelen van het zenuwstelsel, dan het bloed, dat spoedig uit de vaten treedt, daarna de zenuwen, spieren, huid, haren, nagels. Ongeveer 6 — 12 uren na den dood treedt eene verstijving van de spieren op, de lijkverstijving, die op eene stolling van de in de spieren aanwezige myosine berust Zij begint bij de kaakspieren, gaat dan op den hals, den romp en de beenen over en verdwijnt na 2—4 dagen wederom in dezelfde volgorde. Dan treedt ook de rotting, de ontbinding van het lijk in, die het eerst aan den buik bemerkbaar is door het optreden van vuilgroene, z. g. lijkenvlekken. Een eigenaardige lucht, de lijkenlucht, vergezelt deze ontbinding.

De snelheid van optreden en verdwijnen van de lijkverstijving en de ontbinding zijn in hooge mate afhankelijk van de voorafgegane ziekte de temperatuur van de omgeving, vullingstoestand van de ingewanden, enz. Zie BEGRAVEN, LEVENSDUUR, STERFTEN, STERFTESTATISTIEK. — De Christelijke opvatting van den dood beschouwt deze als ontbinding in tegenstelling met het leven, dat het wonder is van de verbinding, de eenheid. Het hoogste leven is de verbinding van den mensch met God. Daaruit vloeit voort zijne verbinding met Gods schepping: zoowel met de geestelijke d. i. de zielen zijner medemenschen en de onzichtbare levenskrachten in de wereld: van waarheid, schoonheid, goedheid, als met de stoffelijke: de lichamen, allereerst het zijne en dan die van anderen en de stoffelijke wereld in haar geheel. Wie zich, zelfzuchtig, van God losmaakt, verliest met God den samenhang met alles: met de geestelijke wereld buiten hem en in hem, ook met de stoffelijke wereld rondom hem en aan hem. Vandaar de onderscheiding in twee- of drieërlei dood: 1e de geestelijke, d. i. de scheiding der ziel van God, 2e de lichamelijke, d.i. de scheiding van ziel en lichaam, 3e de eeuwige, d. i. de bestendiging van den 1en. Hierbij wordt de d. dus als onnatuurlijk, d. i. als niet in de bestemming van den mensch liggende ondersteld, en als straf voor de zonde, d. i. de afval van God, voorgesteld. Deze voorstelling is die der paradijs-geschiedenis (Genesis 3).

Zij vindt haar pendant in de Evangelische geschiedenis. J. Christus begint met de oorzaak van den d., de zonde, weg te nemen door Zijn volmaakt leven, d. i. Zijne gemeenschap met God en in God met al wat leeft, geestelijk en stoffelijk — Zijne liefde, medelijden — en daardoor komt Hij er toe den dood te overwinnen (Matth. 28). De d. is de bezoldiging (d. i. het loon) der zonde, het leven de genadegave Gods (Rom. 6). Deze religieus-zedelijke opvatting van den d. komt voor in den Bijbel en in de Kerkleer, althans de Protestantsche. Volgens de R. K. is de dood natuurlijk. Niet te moeten sterven is voor haar een buiten-natuurlijke gave in den oorspronkelijken paradijstoestand en door de zonde verloren gegaan.