Marga Schiet

MOM's lexicon van de opvoedmisstanden

Gepubliceerd op 22-06-2017

2017-06-22

Slapen

betekenis & definitie

Baby's slapen altijd heel regelmatig en diep.

Als een baby wordt geboren, werkt zijn biologische slaapklok nog niet zo goed, omdat het deel van de hersenen waar deze klok zich bevindt nog niet helemaal volgroeid is. Het duurt meestal drie tot zes maanden voordat een baby een regelmatig slaap- en waakritme heeft ontwikkeld. Tijdens de slaap wordt bij kinderen door de hypofyse een groeihormoon geproduceerd en daarom is slapen juist voor kinderen zo belangrijk.

De slaap van een baby is net als bij een volwassene te verdelen in een rustige slaap en een onrustige slaap (remslaap). In de remslaapperiode maakt een kind snelle oogbewegingen en beweegt hij geregeld zijn handen en gezicht. Tijdens de rustige slaap ligt een baby heel stil en rust hij uit van zijn inspanningen en maakt hij groeihormonen aan. Die rustige en onrustige slaapperioden wisselen elkaar om de vijftien tot twintig minuten af. Hoe ouder een kind is, hoe langer die perioden worden. Als een baby wakker gemaakt moet worden voor een voeding, kan dat het beste tijdens de remslaap gebeuren. Veel baby's slapen in het begin wel zo'n twintig uur per etmaal in perioden van gemiddeld vier uur. Dus ze slapen, zijn even wakker en slapen weer, en dat dag en nacht. Maar de slaapbehoefte van een baby kan heel snel veranderen. Een kind van twee maanden heeft bijvoorbeeld soms nog maar veertien tot zestien uur slaap per etmaal nodig.

Als de baby een halfjaar is, kunnen avondvoedingen worden afgebouwd omdat een kind dan al langer achter elkaar zonder voeding door kan slapen. Als ze een maand of negen zijn, slapen de meeste kinderen gemiddeld twaalf uur per nacht met nog een paar kleine slaapjes overdag. Een kind van negen maanden kan in principe de nacht door slapen zonder voeding. Het voordeel van baby's is dat ze zelf heel goed kunnen aangeven wanneer ze slaap hebben. Meestal vallen ze letterlijk om van de slaap. Dat is hét moment om ze in bed te leggen of overdag op een rustig plekje in de huiskamer.

De slaapbehoefte wisselt en neemt niet altijd af met het ouder worden. Een wakkere baby die maar dertien uur per etmaal slaapt, kan in zijn tweede levensjaar opeens wel vijftien uur slaap nodig hebben. Kinderen hebben op die leeftijd meer de kans om hun energie op allerlei manieren uit te leven. Vaak vallen ze dan 's avonds als en blok in slaap.

Gemiddeld heeft een kind in zijn tweede levensjaar vijftien uur slaap nodig per etmaal. Meestal zal het kind 's nachts het klokje rond slapen en overdag nog tweemaal een korte periode sla- pen. Met drie jaar wordt er gemiddeld veertien uur geslapen en als een kind vijfjaar is, slaapt hij niet meer overdag maar slaapt hij meestal twaalf uur achter elkaar.

Toch zijn er altijd kinderen die niet in het schema passen. Veel meer slaapbehoefte komt voor, maar helaas voor de ouders hebben sommige kinderen ook veel minder slaapbehoefte. Die verschillen bestaan ook bij volwassenen. Er zijn mensen die maar vier uur slaap per etmaal nodig hebben, terwijl anderen tien uur nodig hebben. Het voordeel van een jong kind dat veel wakker is, is dat hij meer kansen heeft om te dingen te zien, te horen en uit te proberen. Hij maakt nu eenmaal meer mee omdat hij langer wakker is dan een echte slaapkop en dat stimuleert zijn ontwikkeling. Misschien is dat een troost voor de ouders van 'wakkere kinderen'.

Je moet streng zijn als je een kind naar bed brengt, want anders gaat hij niet slapen

Een kind zal beter (gaan) slapen als:

• je zoveel mogelijk zijn slaapritmes respecteert. Er bestaan nu eenmaal ochtend- en avondkinderen;

• hij vriendelijk naar bed wordt gebracht;

• je hem eerst troost als het om een angstig kind gaat, zodat hij helemaal tot rust kan komen voordat je bij hem weggaat;

• je hem geduldig naar bed brengt. Lukt dat je niet, laat dan als het even kan iemand anders het overnemen;

• je iedere avond een vast slaapritueel gebruikt. Maar wissel het naar bed brengen wel af tussen vader en moeder, zodat je kind niet slechts door één persoon naar bed gebracht kan worden. Je weet nooit zeker of die ene persoon er altijd is als het kinderbedtijd is;

• hij overdag een duidelijke overzichtelijke dag indeling heeft. Dat geeft structuur en rust;

• je goed luistert naar de manier waarop hij huilt als hij 's nachts wakker wordt. Soms valt een baby na een paar minuten huilen vanzelf weer in slaap;

• je hem niet steeds uit bed haalt als hij gaat huilen. Hij krijgt dan geen kans om een nachtritme te ontwikkelen. Blijf als hij huilt even rustig bij hem zitten en aai hem zo nu en dan over zijn bolletje.

Een kind zal moeite hebben met (gaan) slapen als:

• je conflicten met hem hebt vlak voordat hij moet slapen;

• hij vaak slaapmiddelen krijgt (ook homeopathische), want hij leert dan niet uit zichzelf te gaan slapen;

• je hem dwingt te slapen als hij nog geen slaap heeft en het niet goed vindt als hij nog wat speelt in bed;

• je wilde spelletjes met hem doet voor het slapengaan. Veel kinderen krijgen dan geen kans om een rustige overgang te maken van de drukke dag naar de rustige nacht;

• je een slaapkamer of bed ook als strafplaats gebruikt;

• je denkt dat hij per se alleen op een kamer moet slapen. Het is veel te gezellig als er nog iemand anders slaapt. Zijn er broertjes of zusjes, dan kunnen ze meestal best hun slaapkamer delen;

• je denkt dat slapen in het donker moet en met de deur dicht;

• je denkt een kind meteen hoort te gaan slapen als hij in bed ligt;

• je denkt dat hij per se om zeven uur hoort te slapen ook als hij nog helemaal niet moe is.

Als kinderen niet gaan slapen, proberen ze je uit. Meestal gaan jonge kinderen laat slapen als ze een beetje bang zijn om alleen te blijven. Ze willen het moment van het afscheid zo lang mogelijk rekken. En soms is het ook een manier om ouders uit te proberen.

Wat de reden ook is, er is een praktische oplossing voor, namelijk de zogenaamde stap-voor-stapmethode. Dit is een vriendelijke methode om een kind heel geleidelijk iets aan of af te leren. Het helpt bij angst, maar ook bij zeuren als je het consequent toepast.

Een voorbeeld. Hans is bijna twee en wil al maanden alleen maar gaan slapen als er iemand naast zijn bed zit en zijn hand vasthoudt. Gebeurt dat niet, dan lukt het hem niet om te slapen en is hij ontroostbaar.

De eerste avond ga je wel bij hem zitten maar je houdt niet zijn hand vast. De tweede avond ga je naast hem zitten met een boek. Je bent een soort oppasser. Je gaat niet in op vragen of smoesjes. De avond daarna ga je niet meer naast zijn bed zitten, maar ga je iets verder bij hem vandaan zitten en je leest rustig je boek. De volgende stap is de deur openlaten en op de gang voor zijn deur bijvoorbeeld gaan strijken. Hij kan je dan duidelijk horen. Dit herhaal je een paar avonden. Hij zal er inmiddels aan gewend zijn dat er niemand meer naast hem zit. Mocht na een tijdje het probleem terugkomen, dan herhaal je deze methode nog eens.