Marga Schiet

MOM's lexicon van de opvoedmisstanden

Gepubliceerd op 22-06-2017

2017-06-22

Angst

betekenis & definitie

Kinderen vinden een baby erbij altijd leuk. Een kind en vooral een peuter kan erg bang zijn om de liefde van zijn ouders te verliezen als hij een broertje of zusje krijgt.

Daarom zal hij proberen om de aandacht van zijn moeder terug te krijgen, bijvoorbeeld door het gedrag van de baby te imiteren, want hij ziet dat die ook de hele dag verzorging krijgt. Een peuter kan zich kinderachtig gaan gedragen, aan de ene kant omdat hij denkt dat je dan meer verzorging en aandacht krijgt, maar aan de andere kant als middel om een spannende periode minder zwaar te maken. Een kind dat veel meemaakt, vlucht soms tijdelijk in een eerdere, voor hem veiligere ontwikkelingsfase, want dan hoeft hij eventjes niet groot te zijn.

De peuter wil bijvoorbeeld weer gevoerd worden, terwijl hij allang goed zelf kan eten, of hij plast weer in zijn broek, terwijl hij altijd naar de wc ging om te plassen. Je kunt je peuter helpen door er niet boos om te worden en hem soms zijn babyachtige gedrag te gunnen. Geef hem gerust eens een flesje als hij daarom vraagt, of doe hem weer even een luier om. Maar leg ook uit dat de baby nog klein is en dat die nog van alles moet leren. Als een peuter weer even klein mag zijn, zal hij zelf wel gaan aangeven dat hij toch wel erg veel zelf kan. De peuter zal op den duur zeker merken datje er voor hem bent ondanks de baby die erbij gekomen is en dat je nog steeds evenveel van hem houdt. Het broertje of zusje wordt pas weer een indringer als het gaat kruipen en aan de spulletjes van de oudste komt. Je peuter zal merken dat hij niet meer ongestoord kan spelen omdat het kleintje erbij komt en spullen afpakt en omgooit, met allerlei conflicten als gevolg.

Angst voor het verlies van aandacht en liefde zit erin bij een kind dat een broertje of zusje krijgt; daar kun je als ouders niets aan veranderen

Hoe meer een kind merkt dat de baby niet alles verandert, hoe gemakkelijker het voor hem zal worden om de baby te accepteren. Je kunt dit doen door veel vaste gewoonten die je met je kind had weer in te voeren als je daar na de bevalling weer energie voor kunt opbrengen:

• ga bijvoorbeeld met hem alleen op stap en laat de baby thuis achter bij de andere ouder;

• breng de baby naar oma en blijf samen met je oudste thuis;

• laat je oudste duidelijk merken dat je het zelf ook wel eens lastig vindt om je zo te verdelen. Zeg hem bijvoorbeeld; 'Zo, we leggen de baby in bed, want dan kunnen wij weer eens ongestoord met zijn tweetjes zijn, dat vind ik zo gezellig.' Je verwoordt daarmee ook de gevoelens van je kind;

• zeg je oudste niet te vaak hoe groot hij al is en wat hij allemaal al kan, zeker niet in vergelijking met de baby. Het groot zijn zal hem als er een baby is juist niet meer zo goed uitkomen. Hij wil net als de baby die aandacht van zijn ouders. Door een kind steeds te vergelijken met de baby, lok je eerder de competitie uit tussen kinderen. Ieder kind op zijn eigen waarde schatten heeft meestal meer effect. Zo leert ieder kind dat hij belangrijk is om wie hij zelf is, en niet in vergelijking met een ander kind in het gezin.

De vijftienmaandenangst duurt een maand. Met deze angst wordt bedoeld dat kinderen last krijgen van scheidingsangst. Ze vinden het erg als ze alleen worden gelaten. Ze gaan daarom opeens huilen als je ze naar bed brengt of als je de kamer uitloopt en zij alleen achterblijven. Ze snappen dan wel dat je weggaat, maar nog niet dat je ook weer terugkomt. Het helpt om veel kiekeboespelletjes met ze te doen, want daardoor leren ze dat iets of iemand weg kan zijn maar ook weer tevoorschijn kan komen. Die angst kan natuurlijk ook eerder of later beginnen en duurt meestal een aantal weken tot maanden.

Peuters hebben geen last meer van scheidingsangst. Een peuter kan nog last hebben van scheidingsangst, omdat hij nog zo afhankelijk is en daarom bang is om verlaten of niet meer lief gevonden te worden. Zijn gedrag, dat vaak ingaat tegen de wensen van de ouders, zorgt ervoor dat juist dat waar hij bang voor is, namelijk dat een ouder boos op hem wordt, gebeurt. Hij snapt natuurlijk zelf nog niet dat hij die boosheid veroorzaakt door de manier waarop hij zich gedraagt.

Van fantaseren worden kinderen niet bang. Veel van de angsten van een peuter berusten op zijn eigen fantasieën. Een peuter denkt magisch, dat wil zeggen: er kunnen dingen gebeuren die in werkelijkheid niet kunnen. Zo kan hij bang zijn om door het afvoergaatje van het bad gezogen te worden of denkt hij dat er een echte beer onder zijn bed ligt.

Omdat een peuter zichzelf ziet als het middelpunt van het bestaan, dicht hij zichzelf mogelijkheden toe die hij in werkelijkheid niet heeft. Aan de ene kant geeft hem dat een gevoel van macht, maar aan de andere kant kan hem dat te veel worden. Dat de hond nu is weggelopen, komt misschien wel doordat hij vervelend is geweest. En opa is misschien wel ziek geworden omdat de peuter boos was op opa omdat hij niet meer met hem wilde voetballen.

Kleuters zijn niet gauw bang

Jonge kinderen hebben er moeite mee om werkelijkheid en fantasie uit elkaar te houden. Ook hebben ze een fundamentele angst dat er iets met hen gebeurt, zoals door de afvoer van het bad gezogen worden, leegbloeden als ze een piepklein wondje hebben of stukgaan als hun nageltjes worden geknipt. Erger nog: een meisje kan denken dat haar piemel eraf is gehaald omdat ze er geen heeft en haar broertje wel, en een jongetje kan bang zijn dat het gebeurt omdat hij ziet dat zijn zusje er geen heeft. In de fantasie van kinderen kunnen dingen gebeuren die in de werkelijkheid niet kunnen, maar zij geloven erin en dat maakt kinderen bang op momenten dat ouders niet begrijpen waar de angst vandaan komt.

Als kinderen niet naar bed willen, zijn ze vervelend en verdienen ze straf

Kinderen van verschillende leeftijden zijn vaak bang voor de nacht. Het is donker, ze voelen zich alleen en zijn bang dat er allemaal enge dingen kunnen gebeuren. Ze verzinnen daarom vaak van alles om maar niet alleen te hoeven zijn. Ze komen wel tien keer uit bed, willen nog een slokje water en nog meer worden voorgelezen. Niet om vervelend te zijn, maar uit angst om alleen achter te blijven.

Als kinderen een ongeluk zien, raakt hen dat minder dan een volwassene

Het liefst zou je willen dat kinderen geen nare dingen hoeven te zien, maar het gebeurt wel. En kinderen kunnen daar angsten aan overhouden. Jonge kinderen zijn erg bang dat er iets met hun lichaam gebeurt en door een ongeluk te zien wordt die mogelijkheid voor hen ook reëler.

Maar ook het zien van een dier dat is doodgereden of dat net is aangereden kan een kind heel angstig maken. Voor kinderen hebben dieren een grote betekenis. Als je iets afschuwelijks hebt gezien, ben je dat beeld niet meteen weer kwijt. Hoe erg iets voor een kind is, hangt ook af van wat een kind heeft gezien. Een kind dat weinig om dieren geeft, zal er minder van overstuur zijn als er een hond wordt aangereden dan een kind dat juist gek is op dieren en thuis ook huisdieren heeft. Als je zelf een hond hebt en je ziet dat er een hond wordt aangereden, realiseer je je ineens dat het met jouw hond ook kan gebeuren.

Het kan tijd en moeite kosten om het te verwerken. Erover praten is een manier om een gebeurtenis te verwerken. Maar voor jonge kinderen is het vaak moeilijk om in woorden uit te drukken wat ze hebben meegemaakt. Ze willen er het liefst helemaal niet meer aan denken en er ook niet over praten.

Dromen is ook een manier om nare ervaringen te verwerken. Het komt wel voor dat een kind nadat het een ongeluk heeft gezien 's nachts huilend of gillend wakker wordt.

Als een kind aangeeft de plek van het ongeluk niet te willen zien, dan is het goed om daar de eerste tijd aan toe te geven als het kan. Het is in het begin nog te bedreigend. Je kunt het een paar maanden later, als het kind weer tot rust is gekomen, eens opnieuw proberen. Kinderen hebben tijd nodig om iets naars te verwerken. Teruggaan naar de plek van het ongeluk kan helpen om het kind nog eens de kans te geven om te vertellen wat er allemaal is gebeurd op die nare dag. Juist daardoor kunnen de ergste schrik en het verdriet slijten.