Zand betekenis & definitie

Ontelbaar of talrijk als het zand der zee, uitermate talrijk, onvoorstelbaar talrijk.

Een vergelijking van een hoeveelheid van iets met het zand der zee wordt enkele keren in de bijbel gemaakt om aan te geven hoe ontzaglijk veel er van iets is of zal zijn. De bekendste plaats is Genesis 32:13, waar het gaat over de nakomelingen van aartsvader Jakob die tot God bidt: ‘Gij toch hebt gezegd: Ik zal u zeker weldoen en uw nageslacht maken als het zand der zee, dat wegens de menigte niet geteld kan worden’ (NBG-vertaling; in de NBV is dit ‘ze zullen zo talrijk zijn als zandkorrels aan de zee’ geworden). Niet alleen mensenaantallen worden met zeezand vergeleken, maar ook zaken: ‘Het graan dat Jozef bijeenbracht, was als het zand van de zee: het was zo veel, dat men maar ophield de voorraad te tellen, want er was geen tellen meer aan’ (Genesis 41:49, NBV).

Bijbelcitaat: Liesveldtbijbel (1526), Genesis 32:12. Ghi hebt gheseyt, ick sal v wel doen, ende uwe saet maken, als dat sant des zees, dat men nyet ghetellen en can, ouermidts der menichten.

Gebruiksvoorbeeld: Onder der wolken gang / de exodus der schamelen [...]. Onder de gang der wolken / een stréépje onder de volken, / die talrijk zijn als zand. (I. Gerhardt, Verzamelde Gedichten, 1980 (Uittocht uit Rusland, z.j.), p. 277)

Op zand bouwen, (fig.) zonder voldoende grond bepaalde verwachtingen koesteren.

Op zand gebouwd, (fig.) op te weinig concreets, duidelijks e.d. gebaseerd. Gezegd van verwachtingen, geluk etc.

‘En wie deze woorden van mij hoort en er niet naar handelt, kan vergeleken worden met een onnadenkend man, die zijn huis bouwde op zand. Toen het begon te regenen en de bergstromen zwollen, en er stormen opstaken en er van alle kanten op het huis werd ingebeukt, stortte het in, en er bleef alleen een ruïne over,’ zijn de woorden van Jezus in Matteüs 7:26-27 (NBV). De betekenis is duidelijk: met een onbetrouwbare ondergrond valt daar niets stevigs op te bouwen. De uitdrukking wordt alleen in figuurlijke zin gebruikt.

Bijbelcitaat: Statenvertaling (1637), Matteüs 7:26. Ende een yegelick die dese mijne woorden hoort, ende de selve niet en doet, die sal by eenen dwasen man vergeleken worden, die sijn huys op het zant gebouwt heeft.

Gebruiksvoorbeeld: Wanneer hij dan ook ontdekt, dat zijn leven op zand was ge¬bouwd en dat al de mensen, voor wie hij noodzakelijk dacht te zijn, hem min of meer in het ootje hebben genomen, is de lezer oprecht met hem begaan. (Het Vrije Volk, 30-5-1953)

Gebruiksvoorbeeld: Ze benijdde Lies plotseling haar geluk, of het nu op zand gebouwd was op niet. (N. van der Zee, Zuster Juuls Ereprijs, 1963, p. 140)

Gepubliceerd op 11-05-2017