Zeloot betekenis & definitie

Zeloot, (lett.) ijveraar; joodse activist tegen het Romeinse bewind; (fig.) te fanatieke voorvechter van een zaak.

Een zeloot, letterlijk: ‘ijveraar’, was lid van een groepering die zich met geweld verzette tegen de bezetting van Judea door de Romeinen. Tijdens de joodse oorlog (66-73 n.Chr.) traden zij hard op tegen zowel de Romeinen als tegen meer gematigde joodse groeperingen. In de bijbel komen we de zeloten uitsluitend tegen in de toenaam van een van Jezus’ discipelen, Simon de Zeloot, in de NBG (onder andere in Matteüs 10:4 en Lucas 6:15). In de NBV is deze toenaam weergegeven als ‘Kananeüs’ en ‘de IJveraar’. Het woord heeft in het hedendaagse Nederlands een negatieve klank: het wordt gebruikt ter aanduiding van mensen die zich naar de mening van anderen op een te extreme wijze ergens voor inzetten.

Bijbelcitaat: Luikse Diatessaron (1291-1300), p. 40, 11-12. Symon die ghenamt es Zelotes.

Gebruiksvoorbeeld: Wat mij te ver gaat, is dat hij in een hoek wordt gezet als een soort zeloot die bestreden moet worden. (NRC, apr. 1994)

Gebruiksvoorbeeld: De zeloot Jan Leijten (68) is advocaat-generaal bij de Hoge Raad in buitengewone dienst en emeritus hoogleraar van de Universiteit van Nijmegen. (NRC, dec. 1994)

Gepubliceerd op 11-05-2017