Sion betekenis & definitie

Sion, naam van de stad Jeruzalem in de voor-israëlitische tijd en naam van de heuvel waarop de stad lag; (fig.) symbool voor het rijk Israël en voor het streven naar een Israëlische staat. Zionisme, politieke en religieuze beweging die streefde naar de stichting van een joodse staat.

In de bijbel is Sion de naam van een berg en van de stad erop. Ook wanneer de stad zijn naam Jeruzalem heeft gekregen, blijft ze met Sion aangeduid worden en kan de naam voor zowel het Israëlitische land als voor het volk gebruikt worden. Zie bijvoorbeeld 1 Petrus 2:6, ‘In de Schrift staat immers: “In Sion leg ik een hoeksteen die ik heb uitgekozen om zijn kostbaarheid; wie daarop vertrouwt, komt niet bedrogen uit”’ (NBV). In moderne tijden is Sion in de afleiding zionisme het symbool geworden voor het streven naar een Israëlische nationale staat. Het woord werd in 1886 in het Duits gevormd als zionismus, waaruit de Nederlandse vorm is ontleend.

Bijbelcitaat: Liesveldtbijbel (1526), 1 Petrus 2:6. Ic legge eenen wtuercorenen costeliken hoecsteen in Zion, ende wie aen hem gelooft, die en sal niet te scanden werden.

Gebruiksvoorbeeld: Van Hellas tot Dordrecht -- men kan ook zeggen voor de weg van dit dichterschap: van Gorcum tot Sion en dat stroomopwaarts met alle louterende moeiten vandien. (De Standaard, 14-8-1980)

Gebruiksvoorbeeld: [Over Leon de Winters boek Zionoco:] Het nieuws dat zijn vader nog leeft en nog maar een paar weken geleden de legendarische berg Zionoco in het midden van de jungle is opgetrokken -- in de naam steekt natuurlijk het voor joden lokkende begrip Zion --, verbaast Sol niet. (De Standaard, dec. 1995)

Gebruiksvoorbeeld: Carry van Bruggen verfoeide elke vorm van nationalisme, ook het zionisme. (Leeuwarder Courant, 7-2-1981)

Gepubliceerd op 11-05-2017