Jeruzalem betekenis & definitie

Jeruzalem, hoofdstad van het land Israël, stad waar de eerste koningen zich vestigden en waar de tempel werd gebouwd; heilige stad van de joden, later ook van de moslims en christenen.

Het hemelse Jeruzalem, de hemel.

Het nieuwe Jeruzalem, de heilstaat.

Tot op de dag van vandaag geldt Jeruzalem als centrale, heilige stad voor de gelovige joden. Zij wordt in vele bijbelverhalen genoemd en onder andere in de Psalmen bezongen. Behalve dat geldt zij ook als symbool voor een volmaakte toestand of plaats; in het Nieuwe Testament resp. in de brieven van Paulus en in de Openbaring.

Bijbelcitaat: Liesveldtbijbel (1526), Hebreeën 12:22. Maer ghi sijt gecomen totten berge Zion, ende tot der stadt des leuendighen Gods, totten hemelschen Jerusalem, ende totter menichte veelre duzent ingelen.

Gebruiksvoorbeeld: Ook de meest gelovige christen die het hemelse Jeruzalem voor ogen heeft, wil als het zo ver is vaak liever toch nog maar niet dood. (NRC, dec. 1994)

Gebruiksvoorbeeld: Bernard van Clairvaux was een asceet, die velen bekeerde tot het strenge kloosterleven dat hij beschouwde als het voorportaal tot het hemelse Jeruzalem. (NRC, feb. 1994)

Bijbelcitaat: Liesveldtbijbel (1526), Openbaring 3:12. Wie verwint, dien wil ic maken tot een pilaerne in den tempel mijns Gods, ende en sal niet meer wt gaen, ende wil op hem scriuen den name mijns Gods ende den name des nieuwen Jerusalems der stat mijns gods, die vanden hemel nederdaelt van god.

Gebruiksvoorbeeld: Aan een brede glanzende rivier, met groen gras in de uiterwaarden ligt een klein dorp,onwaarschijnlijk rustig en onwaarschijnlijk zonnig. Zoals ik het in de benauwde kamer zag, leek het me begerenswaard als het nieuwe Jeruzalem. (J. van Dorp-Ypma, Dominee in Laodicea, z.j., p. 128)

Een vreemdeling in Jeruzalem, een vreemde, onbekende in een bepaalde omgeving.

Het volgende verhaal is de bron van deze uitdrukking. Twee discipelen zijn op weg naar Emmaüs, en spreken over hun verdriet om Jezus’ dood. Dan voegt Jezus zich bij hen, maar zij herkennen hem niet. Als hij dan vraagt waarom ze zo bedroefd zijn, is hun verbaasde vraag: ‘Bent u dan de enige vreemdeling in Jeruzalem die niet weet wat daar deze dagen gebeurd is?’ (Lucas 24:18, NBV).

Bijbelcitaat: Statenvertaling (1637), Lucas 24:18. Ende de eene, wiens name was Cleopas, antwoordende seyde tot hem, Zijt ghy alleen een vremdelinck te Jerusalem, ende en weet niet de dingen, die dese dagen daer in geschiet zijn?

Gebruiksvoorbeeld: En daarna, wandelend langs de Keizersgracht, / een vreemdeling naar Jeruzalem getogen, / heb ik iets bij mijzelve overwogen. (I. Gerhardt, Verzamelde Gedichten, 1980 (Bij een donum natalicium, z.j.), p. 579)

Gebruiksvoorbeeld: Ik weet nog dat een van de bezwaren die men in Den Haag heeft geopperd tegen mijn opname in de dienst was, dat ik ‘een vreemdeling was in het Haagse Jeruzalem’. (Luns: ‘Ik herinner mij ...’ Vrijmoedige herinneringen van Mr. J.M.A.H. Luns zoals verteld aan Michel van der Plas, 1971, p. 32)

Gepubliceerd op 11-05-2017