Schoen betekenis & definitie

Niet waard zijn iemands schoenriem of schoenen te ontbinden, niet waardig zijn om ook maar de nederigste dienst aan iemand te bewijzen, geheel en al onwaardig zijn ten opzichte van iemand.

Johannes de Doper, degene die Jezus’ komst voorzegde, sprak tot zijn volgelingen: ‘Ik doop u met water, doch Hij komt, die sterker is dan ik, wiens schoenriem ik niet waardig ben los te maken; die zal u dopen met de heilige Geest en met vuur’ (Lucas 3:16, NBG-vertaling; de NBV heeft ‘de riem van zijn sandalen’). Deze uitdrukking wordt nog regelmatig gebruikt.

Bijbelcitaat: Luikse Diatessaron (1291-1300), p. 28, 19-21. Jc doepe inden watre in penitentien vor de sonden. Mar die na mi comen sal, hi es starker dan ic ben, ende in ben nit werdech hen tontbindene den rieme van sinen schoe.

Gebruiksvoorbeeld: Zij haatte Paul, oui je le hais, ce prétentieux. Cel dacht dat zij hem haatte omdat hij hem van haar wegtrok. O neen, zij haatte hem omdat die stinker Cel beschouwde als zijn gelijke, terwijl hij niet waardig was zijn schoenen te ontbinden. (G. Walschap, De Française, 1992 (1957), p. 79)

Gebruiksvoorbeeld: Ik keek naar schrijvers op. Het waren goden. Nog niet waardig was je om hun schoenriem los te gespen. (Haagse Post, 17-3-1979)

Gepubliceerd op 11-05-2017