Rabbi betekenis & definitie

Rabbi, joods godsdienstleraar; aanspreking van Jezus; geleerde man.

Het woord rabbi is in de bijbel (in het Nieuwe Testament een titel voor een schriftgeleerde, letterlijk ‘mijn heer, mijn meerdere’. Ook Jezus wordt ermee aangesproken door volgelingen, zie bijvoorbeeld Matteüs 26:49, Matteüs 26:49, ‘Hij [Judas] liep recht op Jezus af, zei: “Gegroet, rabbi!” en kuste hem’ (NBV). Het woord duidt nog steeds een joods godsdienstleraar aan, en kan daarbij meer algemeen voor een geleerd man gebruikt worden.

Bijbelcitaat: Luikse Diatessaron (1291-1300), p. 30,32-34. Doe kirde hem Ihesus ende sach se hem volgen ende vragde hen aldus: Wat sukdi? Ende si antwerdden: Rabbi -- dat ludt also vele alse meester -- waer woenstu?

Bijbelcitaat: Leuvense Bijbel (1548), Matteüs 26:49. Ende ter stont tot Jesum comende heeft hi [Judas] geseyt. Weest ghegroet Rabbi, Ende hy heeft hem ghecust.

Gebruiksvoorbeeld: Meestal als ik hem zag zei hij enkele geheimzinnige dingen, als een rabbi. (NRC, jan. 1994)

Gebruiksvoorbeeld: De Haan werd 100 jaar geleden -- op 31 december 1881 -- als zoon van een rabbi in Smilde geboren. (Algemeen Dagblad, 5-3-1982)

Rechtvaardige, iemand die handelt naar Gods wetten; rechtschapen mens.

Hoeveel rechtvaardigen wonen er in de stad?, hoeveel mensen zijn (op een bepaalde plaats) er die werkelijk goed zijn?

Het woord rechtvaardig in de betekenis ‘handelend in overeenstemming met het recht, eerlijk’, hoeft niet specifiek bijbels te zijn. Zeker bijbels is het gebruik van het bijvoeglijk naamwoord rechtvaardig, of het zelfstandig naamwoord rechtvaardige, voor (de eigenschap van) een mens die zich gedraagt volgens de wet van God. Zie bijvoorbeeld Genesis 6:9, ‘Dit is de geschiedenis van Noach. Noach was onder zijn tijdgenoten een rechtvaardig en onberispelijk man; Noach wandelde met God’ (NBG-vertaling; de NBV heeft ‘rechtschapen’ in plaats van ‘rechtvaardig’).

De uitdrukking hoeveel rechtvaardigen wonen er in de stad gaat terug op het verhaal waarin Abraham aan God vraagt om de stad Sodom niet te vernietigen wanneer er een bepaald aantal rechtvaardigen in woont. ‘En de HERE zeide: Indien Ik te Sodom vijftig rechtvaardigen in de stad vind, zal Ik de gehele plaats vergiffenis schenken om hunnentwil’ (Genesis 18:26, NBG-vertaling; de NBV heeft ‘onschuldigen’ in plaats van ‘rechtvaardigen’). Abraham weet met zijn aandringen het getal terug te brengen tot tien, maar de stad voldoet nog steeds niet aan die voorwaarde en wordt, net als Gomorra, vernietigd.

Bijbelcitaat: Leuvense bijbel (1548), Genesis 6:9. Dit zijn die generatien van Noe, Noe was een rechtueerdich ende een volmaeckt man in sijn gheslachten, met Gode heeft hy ghewandelt. (Statenvertaling (1637): rechtveerdich oprecht i.p.v. rechtueerdich ende ... volmaeckt.)

Gebruiksvoorbeeld: Waar zelfs de rechtvaardige zeven maal per dag in zijn onvolkomenheid struikelt, hebben wij prutsers zo’n steuntje in de rug nodig [t.w. de biecht]. (T. Kortooms, Mijn kinderen eten turf, 1967 (1959), p. 106)

Gebruiksvoorbeeld: Voor de obelisk [gewijd aan protestanten die op de katholieke brandstapel terechtgekomen zijn] is een houten bankje geplaatst voor een andere rechtvaardige, die in eeuwigdurende herinnering zal blijven. (Playboy, 1993, nr. 3)

Bijbelcitaat: Statenvertaling (1637), Genesis 18:26. So ick te Sodom binnen de stadt vijftich rechtveerdige sal vinden, so sal ick de gantsche plaetse sparen om harent wille. (Leuvense Bijbel (1548): vijftich rechtueerdighe menschen.)

Gebruiksvoorbeeld: Laat ons niet vervallen in haat en wraak, dat heeft geen zin. Wij moeten dragen en verdragen, de hand van God treft ons allen. En dan: hoeveel rechtvaardigen wonen er in onze stad, en hoeveel kwaden? (J. Mens, De witte vrouw, 1987 (1952), p. 60)

Gebruiksvoorbeeld: Niet één rechtvaardige is in dit staatsrechtelijke Sodom opgestaan -- terwijl dat de meerderheid niet in gevaar zou hebben gebracht. (NRC, apr. 1994)

Gepubliceerd op 11-05-2017