Schriftgeleerde betekenis & definitie

Schriftgeleerde, joods geleerde, kenner van de wet, de heilige schrift; (fig.) deskundige op het gebied van wets- en andere teksten, vaak met de negatieve bijklank dat men eerder op de vorm dan op de inhoud let.

In de evangeliën lezen we regelmatig dat Jezus bekritiseerd wordt door en in discussie treedt met schriftgeleerden, waarbij de laatsten gewoonlijk in het ongelijk gesteld worden. Zie bijvoorbeeld Jezus’ woorden in Matteüs 23:13, ‘Wee jullie, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, jullie versperren de mensen de toegang tot het koninkrijk van de hemel’ (NBV). Een schriftgeleerde mag dan geleerd zijn, maar boekenwijsheid wordt gewoonlijk niet gesteld boven levenswijsheid. Vandaar de negatieve bijsmaak die het woord ook nu nog heeft.

Bijbelcitaat: Liesveldtbijbel (1526), Matteüs 23:13. Wee v scriftgeleerden ende Phariseen, ghi gheueysde, ghi die dat hemelrijc toesluyt voor die menschen.

Gebruiksvoorbeeld: Ik wijs met name op de discussie die in brede zin ontstaan is over de vraag of je bij zo'n verbredingsstudie de effecten van het doortrekken. van de A6 zou mogen bekijken. De ‘schriftgeleerden’ -- ik gebruik dit woord omdat ik het nogal dogmatisch vind -- vinden dat dit niet mag, omdat een doorgetrokken A6 niet in het SVV voorkomt. (Tweede Kamer, nov. 1995)

Gebruiksvoorbeeld: Als dagelijkse WK-watcher word je op den duur een soort schriftgeleerde, volledig toegespitst op het ontsluieren van de even heilige als duistere teksten die coaches en spelers afgeven. (NRC, juni 1994)

Gebruiksvoorbeeld: Toen ik Thea Beckmans boeken las dacht ik: dat kan ik ook. Imitatio op een bijna bijbelse manier. Zat ik als een schrift¬geleerde Kruistocht in spijkerbroek te kopiëren. (Het Parool, 5-4-1997)

Gepubliceerd op 11-05-2017