Onbetuigd betekenis & definitie

Zich niet onbetuigd laten, zich laten gelden, een aanzienlijke bijdrage leveren.

Deze uitdrukking gaat terug op Handelingen 14:17, waar Paulus en Barnabas spreken: ‘en toch heeft Hij Zich niet onbetuigd gelaten door wel te doen, door u van de hemel regen en vruchtbare tijden te geven en aan uw harten overvloed van spijs en vrolijkheid te schenken’ (NGB-vertaling). De betekenis is daar ‘zich openbaren in zijn handelingen, getuigen van zijn bestaan door zijn handelingen’. In het hedendaagse Nederlands is de betekenis verbreed tot: ‘zich laten gelden, nadrukkelijk aanwezig zijn in woorden of daden; niet achterblijven bij het leveren van een bijdrage’. Een enkele maal ontbreekt de ontkenning, zoals in de volgende mededeling over de oproep tot inlevering van wapens in Zeist: ‘Zij [de jongeren] lieten zich goeddeels onbetuigd. Welgeteld één jeugdige wapenbezitter heeft zich deze week op het bureau gemeld’ (De Volkskrant, 6-11-1999, p. 7).

Bijbelcitaat: Liesveldtbijbel (1526), Handelingen 14:17. Tis waer hi en heeft hem seluen niet ombetuycht ghelaten.

Gebruiksvoorbeeld: Verhoudingsgewijs staan er in Nature veel bijdragen van Nederlandse wetenschappers, waarbij vooral de Nederlandse sterrenkundigen zich niet onbetuigd laten. (Zenit, 1992, nr. 6)

Gebruiksvoorbeeld: Ook de minister liet zich niet onbetuigd. Via de media kregen we informatie over de komende ‘radikale hervormingen in het secundair onderwijs’. (De Standaard, nov. 1995)

Gebruiksvoorbeeld: W. Bos liet zich met de grasparkieten ook niet onbetuigd en behaalde tweemaal een eerste prijs en tweemaal een tweede. (Meppeler Courant, dec. 1995)

Gepubliceerd op 11-05-2017